Nieuwe ontwikkelingen in de zending

2 Comments

Nieuwe ontwikkelingen in de zending

1. De toekomst ligt in Azië, Afrika en Latijns-Amerika

In 2014 werd Latijns-Amerika het continent met de meeste christenen in de wereld. Maar sinds 2018 ligt het aantal christenen in Afrika zelfs hoger dan Latijns-Amerika. Tegen 2050 zullen er waarschijnlijk meer christenen in Afrika zijn (1,25 miljard) dan in heel Latijns-Amerika en Europa samen. Ondertussen blijft de kerk in China ook nog steeds groeien (huidige schattingen variëren van 80 tot 120 miljoen), en de voorspellingen voor 2050 lopen uit naar 220 miljoen (16 procent van de bevolking).

Tegen 2050 zullen er waarschijnlijk meer christenen in Afrika zijn (1,25 miljard) dan in heel Latijns-Amerika en Europa samen

2. Wat betekent dit voor kerken?

Veel kerken en zendingsinstanties in Europa en Noord-Amerika beseffen nog nauwelijks de gevolgen van deze demografische verschuiving in het wereldchristendom. Toch hebben de volgende ontwikkelingen grote consequenties voor de wereldzending:

  1. Afrikaanse kerken en christenen zullen in toenemende mate bijdragen aan nieuwe vormen en initiatieven in de christelijke theologie en missionaire praktijk;
  2. De groei van de pinksterkerken zal grote invloed hebben op de kerk wereldwijd, waardoor een grotere betrokkenheid met deze kerken nodig is voor allen die betrokken zijn bij wereldzending, discipelschap en de toekomst van de kerk;
  3. Het toekomstige voortbestaan van de kerken in het Westen hangt af van onze bereidheid om te luisteren naar en te leren van de kerk in de Majority World (het zuidelijk halfrond);
  4. Kerken in West-Europa en Noord-Amerika zien dat hun context een zendingsgebied wordt, waar interculturele werkers vanuit de Majority World nodig zijn;
  5. Missie is tegenwoordig ‘van overal naar overal’. Misschien moeten we termen uit het koloniale tijdperk, zoals inheemse volken en zendingsveld vervangen door woorden en structuren die duiden op samenwerking en wederkerigheid in missie met het wereldwijde lichaam van Christus;
  6. De groei van de kerk in de 20e eeuw was meer te danken aan evangelieverkondiging door ‘gewone’ christenen, dan aan de strategieën van ‘professionele’ zendelingen en westerse organisaties.
  7. Het christendom is nu gelijkmatiger over de wereld verspreid en leiderschap binnen de zending zal in de toekomst vaker uit de Majority World komen dan uit Europa of Noord-Amerika.

3. Wat betekent dit voor de OMF vandaag?

Het is nog steeds nodig om het Goede Nieuws van Jezus in al zijn volheid te delen met de volken van Oost-Azië, en de kerk in het Westen heeft nog steeds een rol in die opdracht. Maar onze rol moet plaatsvinden in samenwerking met Gods kerk wereldwijd, met namen de kerken in de meerderheidswereld.

Bij de OMF erkennen we de noodzaak om ons aan te passen bij de verschuivingen die plaatsvinden in het wereldchristendom. Nieuwe denk- en creatieve ruimte is nodig om flexibel te blijven. De sleutel hierbij is om onze perspectieven en werkwijzen te laten uitdagen door de mensen en groepen die we tijdens deze missie tegenkomen. Onze organisatorische horizon moet worden verbreed!

Het woordenboek omschrijft horizon als ‘de limiet van iemands kennis, ervaring of interesse’. Bij de OMF proberen we manieren vinden om onze horizon te verbreden, om verder te kijken dan de grenzen van onze huidige ervaring en kennis. Daarbij hebben we anderen nodig om ons verder te helpen. Op een recente bijeenkomst met OMF-leiders kwamen we overeen om bewust advies te vragen aan kerkleiders in de landen waar we actief zijn om ons te helpen reflecteren op het veranderende landschap in de wereldzending.

Het meest effectieve instrument van die transformatie waren niet de westerse zendingsorganisaties, maar inheemse predikanten en evangelisten

Brian Stanley, The World Missionary Conference, Edinburgh 1910

4. Reflecteren op onze bijdrage

In Brian Stanley’s terugblik op de grote zendingsconferentie in Edinburgh van 1910, merkt hij op: “Het meest effectieve instrument van die transformatie waren niet de westerse zendingsorganisaties, maar inheemse predikanten en evangelisten, mannen en vrouwen die weinig of geen invloed hadden op de zendingsorganisaties, en geen toegang hadden tot de geldstromen die de missionaire activiteiten met zich meebrachten; in plaats daarvan vertrouwden zij op de eenvoudige, transformerende kracht van Gods Geest en Gods Woord” (Brian Stanley, The World Missionary Conference, Edinburgh 1910. Grand Rapids: Eerdmans, 2009, p.17).

2 comments
  1. Ik denk dat zo langzamerhand er een zendingsactie in Nederland moet komen en in andere Europese landen.
    En dab zou ik meer aandacht voor De Eeuwige willen en het verbond dat hij lange tijd geleden sloot met de mensheid.
    Ik ben geen voorstander van alleen maar over Jezus en het NT praten.

    Leer mensen te bidden tot God

    Wij op zijn leegregels, dat je God moet liefhebben en je naaste als je zelf

  2. Leuk dat je reageert op mijn blog! Ja, ik ben het eens met je dat Nederland zo langzamerhand zelf een zendingsland aan het worden is!
    Wat betreft de boodschap die verkondigd moet worden, Gods sloot zijn verbond met Abraham en zijn nageslacht, door wie alle volken gezegend zouden worden. Israël’s roeping was om een licht te zijn voor de volken. En met de dood en opstanding van Jezus omvat Gods verbond ook allen die door het geloof “kinderen van Abraham” zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.