Hoe voorkom je het blanke verlosser-complex?

1 Comment

Hieronder de vertaling van een artikel van Sarita Hartz, een jonge vrouw die een aantal jaren in Afrika werkte om voormalige kindsoldaten te helpen en meisjes die het risico liepen in de prostitutie terecht te komen. Tegenwoordig leidt zij een organisatie (www.zionproject.org) die zendingelingen pastoraal begeleidt. In het artikel schrijft zij over de verleiding om hulp te bieden die mensen afhankelijk maakt in plaats van dat ze zelfstanding worden. Dit is een groot gevaar in arme landen, ook hier in Zuidoost Azië. Veel kerken, kindertehuizen en andere christelijke instellingen krijgen financiële steun uit het buitenland, waardoor ze nooit op eigen benen leren staan. Wij krijgen ook regelmatig zulke hulpvragen, en het is vaak lastig om daar mee om te gaan.

De buitenlandse “verlosser”

Op mijn 26e reisde ik naar Oeganda om een ​​non-profit organisatie op te zetten. Ik zag mezelf niet echt als zendeling, omdat er te veel “bagage” aan die term was verbonden en ik niet aan “evangelisatie” deed. Ik hield gewoon van mensen zoals Jezus dat zou doen. Maar nieuw op het zendingsveld, waren er veel dingen waarvan ik niet wist dat ik ze niet wist.

Ik moet bekennen dat er iets van een “white saviour” (blanke verlosser)-complex in mij schuilde. Ik woonde in een gebied met extreme armoede en een lange geschiedenis van trauma’s. Ik ging er met goede bedoelingen heen, maar raakte verstrikt in een poging om de redder te zijn. Ik voelde me verantwoordelijk om mensen te helpen, om voor hun te zorgen, om hun problemen op te lossen. Ik heb daar veel fouten gemaakt. In het begin begreep ik niet veel van culturele nuances en ik nam aan dat ik het “beter wist.”

De gangbare definitie van een “witte verlosser” is: “Westerlingen die de problemen van arme landen of mensen proberen op te lossen zonder hun geschiedenis, behoeften of de huidige stand van zaken te begrijpen.”

Eigenwijs

Ik schaam me om het te bekennen, maar tijdens mijn eerste vrijwilligersreis naar Rwanda gaf ik geld aan een ​​genocide-overlevende om haar te helpen ontsnappen aan huiselijk geweld door een paar maanden haar huur te betalen. Dat klinkt misschien nobel, maar de plaatselijke predikant raadde mij af om het te doen. Hij waarschuwde me dat het niet vol te houden was, maar ik negeerde hem. Ik liet mij leiden door mijn medeleven in plaats van de wijsheid van een insider en ik plaatste hem in een ongemakkelijke positie. Het was beter geweest als ik haar had geholpen bij het vinden van werk of een lokale organisatie had ondersteund die vrouwen helpt zelfstandig te worden.

Ik zag mezelf als de “held”, in plaats van te luisteren naar haar eigen suggesties om de problemen op te lossen.

Corruptie

Na verloop van 7 jaar ter plaatse begon ik de echte gevaren van het witte redderscomplex te zien. Ik zag predikanten van kerken verpest door Westerse donors. Deze voorgangers hadden ooit een “roeping” tot hun werk gehad, maar waren nu besmet door het idee dat ze steeds meer middelen nodig hadden: een betere auto of een betere muziekinstallatie. Ze dachten nu dat ze deze dingen nodig hadden als bewijs dat ze succesvol waren…

Deze voorgangers vertrouwden voor hun financiën volledig op het Westen en zouden zonder deze bron van inkomsten op zwart zaad zitten. Leiderschapsconferenties konden niet georganiseerd worden zonder gratis maaltijden en vervoer. Er werd van westerlingen verwacht dat ze zouden preken en de baas zijn, ongeacht of ze daarvoor de vaardigheden hadden.

Afhankelijkheid vernietigt waardigheid. Plaatselijke leiders werden niet erkend en gerespecteerd. Integere mensen werden verleid tot corruptie door een overvloed aan geld, maar zonder verantwoording. De privacy van mensen werd geschonden.

Kinderen

Soms worden wezen ‘gemaakt’ door lokale instanties die kinderen bij hun ouders weghalen om aan de vraag van westerse adoptieouders te voldoen.

Een vriend van mij gaf $25.000 voor een school die nooit is gebouwd, De plaatselijke voorganger werd nooit verantwoordelijk gehouden en leidt nog steeds een kerk tot op de dag van vandaag.

Ik heb ook gezien hoe korte-termijn teams schade en chaos veroorzaken. Vaak komen deze mensen voor hun eigen persoonlijke ontplooiīng. Zewillen alles op hun manier doen, in plaats van enig nut te bieden aan de lokale gemeenschap. Ze nemen selfies met de kinderen en delen kadootjes uit, maar de levens van deze kinderen worden uiteindelijk niet veranderd.

“Te vaak wordt buitenlands vrijwilligerswerk de ‘grote emotionele ervaring’ waarnaar we op zoek zijn. Het voldoet aan onze sentimentele behoeften en daarom vinden we weinig reden om te stoppen en na te gaan of het daadwerkelijk voldoet aan de behoeften van de mensen die we zogenaamd helpen.” – Amanda Machado

Hoe zorgen we ervoor dat we niet nog meer schade aanrichten met onze zendingsprojecten? Ik sprak onlangs met Jean Johnson, schrijfster van het boek We are not the Hero. Veel van het onderstaande is daaruit afkomstig. Ik wou dat ik dit boek had voordat ik naar het buitenland ging!

Hieronder vind je 4 manieren om het “White Saviou”-complex in de zending te vermijden:

1. Wees een leerling

Wanneer je een nieuwe cultuur binnengaat, breng dan de eerste twee jaar door met leren, gesprekken voeren, leven met de mensen, onderzoek doen, complexe politieke situaties en culturele elementen begrijpen, voordat je projecten start. Vermijd stereotypen, aannames en selfies waarbij jij de blanke bent temidden van 20 weeskinderen. Zoek naar lokale mensen die al werken aan het verbeteren van hun gemeenschap en probeer met hen samen te werken. Ons doel moet zijn om een ​​leerling te zijn en volledig relationeel te zijn. We moeten begrijpen dat we niet weten wat het beste is voor burgers. Zij weten wat het beste voor hun is. We moeten steunen op hun sterke punten en bekwaamheden en die gebruiken om verandering te creëren. We moeten naar hen luisteren en hen oplossingen laten aandragen, zonder onze Westerse ideeën op te leggen en proberen hen erin te passen. Ga ervan uit dat de middelen al bij hun beschikbaar zijn en probeer niet jouw oplossingen aan hun op te leggen.

2. Hou je medeleven in bedwang

Compassie is goed. Het is wat Jezus ertoe bewoog om mensen in nood te helpen. We hebben die compassie nodig om ons te motiveren gerechtigheid in de wereld te zoeken. We hebben allemaal goede bedoelingen als we in het buitenland dienen, maar goede bedoelingen zijn niet genoeg. Mensen overzee hebben geen medelijden nodig op basis van ons blanke privilege.

Medeleven zonder wijsheid kan mensen beroven van hun waardigheid, het brengt hen in een positie waarin ze steeds naar jou kijken in plaats van naar zichzelf of naar God. Een goed voorbeeld hiervan in het boek van Jean Johnson is waar een westerse zendeling eten kocht voor een aantal plaatselijke predikanten die een conferentie bijwoonden en dacht dat hij hen hielp. Maar dit ondermijnde de nationale voorganger die juist hard had gewerkt om geen afhankelijkheid van het Westen te hebben. Hij had de predikanten gevraagd om hun eigen eten mee te brengen naar de conferentie. Deze voorgangers leerden hierdoor dat de blanke man altijd bereid is om in te grijpen en de held zal zijn, in plaats van te vertrouwen op hun eigen kracht, middelen en gemeenschap om problemen op te lossen. Als je dit niet leert, belanden de mensen die jij helpt, wanneer je weggaat, in dezelfde situatie als voordat je kwam. Denk na en kijk of het echt de Heilige Geest is die jou leidt, of dat het gewoon jouw schuldgevoel is.

3. Versterk plaatselijke leiders

Vertrouwen opbouwen kost tijd. Neem de tijd. Bouw relaties op met wederzijds respect, waarbij het er niet om gaat dat jij iemand ‘redt’, maar dat je ook zelf leert en je problemen deelt, en niet alleen dat jij ‘geeft’. Respecteer de mogelijkheden van elk individu, dat ze de kracht en kennis bezitten om hun eigen problemen op te lossen en de capaciteit, de kennis en het vermogen hebben om hun eigen leven te veranderen. Vraag wat zij hebben en gebruik dat in plaats van meteen te denken aan wat jij kunt bijdragen. Begin met het einddoel in gedachten: Wanneer we op dag 1 beginnen, moeten we dag 1000 in gedachten hebben. Dat betekent dat we niets moeten opzetten dat de mensen te plaatse niet zelfstandig kunnen onderhouden zonder afhankelijk van ons te zijn. Als wij al lang weer vertrokken zijn, is er alleen nog hun lokale gemeenschap. Ze moeten leren om op die gemeenschap te vertrouwen voor hulpmiddelen in plaats van een beroep te doen op het Westen. Alles wat je doet, moet in stand gehouden kunnen worden zonder geld of invloed van buitenaf. Het moet door plaatselijke mensen met plaatselijke middelen ondersteund kunnen worden. Vraag jezelf af: “Hoe ziet in deze situatie liefde er op de lange termijn uit?”

4. Vermijd het “Evangelie van hulpverlening”

We verminken het evangelie als we aankomen met hand-outs. We willen dat mensen Jezus volgen uit liefde en een gevoel van roeping, niet omdat ze denken dat ze financiële steun zullen krijgen als ze predikant worden. Zulke misplaatste motieven schaden de inheemse kerk. Hierdoor voorkom je dat ze uit zichzelf groeien. Ik sta volledig achter het doel om praktische hulp te bieden om aan echte behoeften te voldoen. Maar als we onze rijkdom gebruiken om mensen te bewegen om te doen wat wij willen of om voor hun geloof uit te komen, dan is het verkeerd.

Conclusie

Als dit moeilijk lijkt, is dat omdat het zo is. Het is veel gemakkelijker om binnen te komen met een vooringenomen manier van denken in plaats van onze verantwoordelijkheid op ons te nemen en te leren werken op een cross-culturele manier. Dat is moeilijker, maaar niet onmogelijk. We kunnen en moeten het beter doen. Leer van mijn fouten. Wij kunnen mensen niet redden, maar God kan zeker in hun behoeften voorzien.

Bedenk dat jouw bediening in een ander land een grote invloed kan hebben op de respons in zo’n land, voor of tegen Christus.

In geval van twijfel, leun dan op de wijsheid van de lokale bevolking en zet je plannen en projecten in de wacht als je denkt dat ze schade kunnen aanrichten.

One comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *